Onze genen.

Onze genen.

ONZE GENEN HEBBEN HET NIET VOOR HET KIEZEN, WAT TOT STOORNISSEN KAN LEIDEN
Onze genen zijn de informatiedragers voor specifieke eigenschappen. Hierbij hebben wij het niet voor het zeggen. Genetische factoren spelen in belangrijke mate mee bij het ontstaan van ziektes en aandoeningen, en hebben invloed op onze gesteldheid, waardoor het leven bemoeilijkt kan worden.

Depressie
Veel mensen lijden aan depressieve stoornissen. Ruim 750.000 Nederlanders maken wel eens een periode mee waarin zij minstens één keer in het leven een stoornis doormaken. Er kunnen veel factoren zijn die een depressieve stoornis veroorzaken. Het kan gaan om belangrijke gebeurtenissen in iemands leven. Een eerste depressie die niet goed behandeld is, kan een eigen leven gaan leiden. Ook de periodes tussen depressies worden steeds korter als de eerste depressie niet goed is verwerkt. Het is inmiddels duidelijk dat er bij de eerste depressie tevens een kwetsbaarheid voor het ontstaan van een nieuwe depressie wordt ontwikkeld. Het is alsof iedere doorgemaakte depressie de drempel verlaagt voor de volgende. Cliënten met een ernstige depressie hebben meer baat bij medicatie, dan bij psychotherapie. Bij 50% van de mensen met depressiviteit komt een depressie vaker voor en driemaal vaker bij vrouwen dan bij mannen. Deze depressieve stoornissen ontstaan meestal tussen het twintigste en veertigste levensjaar, waarbij uiteindelijk 15% van deze patiënten zelfmoord pleegt. Behandeling met medicijnen is in 70% van de gevallen succesvol. Toch krijgen ieder jaar 120.000 Nederlanders een min of meer ernstige depressie. Hiervan worden er waarschijnlijk slechts 4.500 echt goed behandeld. Bij 15.000 van hen is de depressie zo ernstig, dat zij moeten worden opgenomen in een psychiatrische instelling. Een onbehandelde depressie gaat in 40% vanzelf over (gemiddeld na zes maanden). Bij ongeveer 20% blijven de klachten aanwezig.